2008: Zomervakantie 2 -Sardinië

“Naar Sardinië”

Woensdag 27 augustus 2008, Nico 985 / 985 km
We vertrekken om half negen. Het is bewolkt en nog behoorlijk fris en Jenny vraagt zich af waarom ze haar warme jas thuis laat. Bij het knooppunt A50 – A1 bij Apeldoorn stuurt Garmin ons eerst de A50 af en stuurt ons daarna weer evenzo vrolijk weer rechtdoor de A50 op. Wie het snapt mag het zeggen! Een uur na vertrek rijden we bij Beek Duitsland binnen. Voorbij Köln wil Garmin ons aan de westkant van de Rijn brengen, wij blijven op advies van Jenny gewoon aan de oostkant de A3 en via de A67 over de A5 rijden. Files komen we niet tegen, hoogstens een enkele keer langzaam rijdend verkeer. Om 13.00 uur lunchen we net voorbij Alsbach en even voor vieren pauzeren we net over de Zwitserse grens bij Basel. Het brandstoflampje knippert: na 705 kilometer moeten we nodig tanken. We hebben 1:9,7 gereden, da’s minder mooi, maar het is inmiddels al zo warm dat we nu in de korte broek zitten en de airco vrolijk aan hebben. Ook in Zwitserland schiet het lekker op en we besluiten bij een Rasthof vlak voor de Gotthard- tunnel om gewoon de pas te gaan rijden en daarna door te rijden naar Locarno.
Om half zeven beginnen we de beklimming. Het is rustig en de uitzichten zijn schitterend. Net voorbij de pashoogte is het 13 graden, dus de lange broek en de sokken gaan weer aan. Drie kwartier later rijden we een aantal indrukken rijker weer de Autobahn aan de zuidkant van de Gotthardtunnel op. Naar het noorden staat een knappe file voor de tunnel. Het is dan nog zo’n drie kwartier rijden naar de camper-parkeerplaats in Locarno, waar we een jaar geleden ook hebben overnacht. We vinden een plekje iets van de weg af, waardoor nu misschien het dak vannacht wel open kan blijven. Het is hier nog heerlijk warm. Na de welhaast traditionele macaroni-hap en een lekkere witte wijn komt er tijd om even lekker uit te rusten. In iets minder dan 12 uur hebben we 985 kilometer gereden. En dat viel best wel mee.

 

Donderdag 28 augustus 2008, Jenny 260 / 1.245 km
Het is vandaag een stralende zonnige dag en als wij om 8.30 uur buiten aan het ontbijt zitten, vragen wij ons verwonderd af of wij echt gistermorgen uit Zwolle zijn gekomen. We hebben lekker geslapen en het hefdak kon open blijven. Vanaf de weg waren wij “kleintje” helemaal niet te zien. Na het ontbijt ontdekt Jenny dat het rechter aanrechtkastje nat is. Wij hebben vlak voor onze vakantie een nieuwe kraan er in laten zetten en Nico vermoedt dat er daar iets mis mee is. Hij is er even mee bezig en het hele kastje moet leeg en het laatje eruit, maar Nico vindt al snel de oorzaak. Het blijkt dat de aansluiting van kraanslang en watertoevoer scheef op elkaar gedraaid zitten. Gelukkig hebben we het euvel nu ontdekt en verholpen, bij elke keer kraangebruik zou er een scheut water langs de kastenwand gulpen. Om 10.00 vertrekken wij van deze prima aangegeven camperparkeerplaats, waar je met francs én euro’s in de parkeermeter kunt betalen.

Via de gewone weg 2 rijden we naar Lugano, waar wij de snelweg (A2) weer op gaan. Bij Como doen we boodschappen en het blijkt dat dit dezelfde supermarkt is als vorig jaar.
Bij Milaan nemen we eerst een stukje A50 en later de A7 naar het zuiden, dan staat Genova al op de borden. Opnieuw is het stom toeval: wij lunchen op een parkeerplaats waar we vorig jaar ook lunchten. Deze keer echter in de volle zon.
Het laatste deel van de A7 is een zeer bochtige snelweg en daarom blijft Nico rustig rechts rijden achter de vrachtwagens. Dankzij Garmin vinden we in één keer de haven Terminal Traghetti, waar het zo mogelijk nog heter is dan vorig jaar. We komen er om 15.00 uur aan en we mogen al om 16.00 uur het haventerrein op. Vanaf daar gaan we met de fiets naar het centrum, want we willen het Aquarium wel eens zien. Daar aangekomen vinden we de toegangsprijs een beetje te duur en besluiten maar wat rond te gaan fietsen. Om 18.30 uur vinden we een pizzeria, waar we heerlijk eten!
Wanneer wij terugrijden naar de haven vaart de Moby boot net achteruit de haven in.

Het is een volle boot, want er rijden veel auto’s af. Maar er staan ook veel auto’s klaar om aan boord te gaan.
Om 8.30 uur is het onze beurt om de Moby Freedom op te rijden. We moeten meteen een dek omlaag, maar gelukkig is de doorgang met 2.50 m hoog genoeg. Een schreeuwerige Italiaan rent ongeduldig over het kleine dek en wijst iedereen zijn plek. Jenny ziet dat daar waar we er ingekomen zijn wij er ook weer uit moeten, want er is geen andere uitgang. Dat wordt morgen dus achteruit rijden en draaien. Onze hut is op dek 7, dat hadden wij al op ons kaartje zien staan dat wij bij het inchecken aan de haven kregen. Op dek 7 staat een jongeman klaar met nog een kaartje: hutnummer. 7108. Daar wacht ons een verrassing: een superluxe hut! We zien een ruime hut met een breed bed (140 cm?) en een eenpersoonsbed én twee stapelbedden. Vijf personen kunnen er slapen en wij zijn slechts met z’n tweeën. We pikken meteen de extra kussens in. Het uitzicht is vanuit een groot rond raam, net als op de Color Fantasy. (zie zomervakantie 2007-1). Bovendien heeft deze hut een spiegelplafond! Wij nemen meteen een verfrissende douche en gaan daarna aan dek kijken naar het wegvaren.

Vrijdag 29 augustus 2008, Nico 188 / 1.433 km
Voordat de telefoonwekker om half zeven kan aflopen zet de boordradio het om zes uur al op een schreeuwen, in drie talen nog wel! Vreselijk mens met een vreselijke stem. Om half acht zullen we pas aanleggen we aan in Olbia en men wil kennelijk zo veel mogelijk passagiers aan het ontbijt krijgen; omzet! In de verschillende restaurants staan lange rijen, daarom wij eten onze gisteren gesmeerde broodjes lekker in de hut op. Nico duikt daarna het verkeerde trappenhuis naar ons aller- onderste autodek in, dus weer veel trappen op en even zo vele trappen één trappenhuis naar achteren weer naar beneden. Dezelfde crazy Italiaan van gisteravond probeert deze ochtend iedereen er schreeuwend weer uit te krijgen. Wij doen het kennelijk goed, want naar ons wordt nu niet geschreeuwd. Om tien over half acht rijden we van boord en zoeken gelijk een parkeerplaats aan de haven op, waar al de nodige campers staan. Eerst koffie zetten!

06

Na een half uur gaan we een stukje naar het noorden, de Costa Smeralda bekijken, waar zelfs een schuur vermoedelijk meer kost dan een villa in Wassenaar. Eerst tanken we even en net boven Olbia wachten we nog een kwartiertje tot een Ipermarché (grote supermarkt) open gaat. Na het shoppen rijden we verder en gaan boven Olbia rechtsaf langs de kust naar Porto Cervo, waar we een hoog gelegen kerkje met mooi uitzicht over de baai bezoeken. We rijden nog wat verder langs de Costa Smeralda naar boven en gaan daarna weer deels langs een andere weg terug richting Olbia. Het kost “wat moeite” om een picknickplaats in de schaduw te vinden. We rijden weer dwars door Olbia en komen uiteindelijk toch terecht op Weg 125 langs de kust naar het zuiden.

We lunchen aan een zijweg, in de schaduw van een hoge rij bomen. Na de lunch gaat het verder zuidwaarts. Bij San Teodoro gaan we een stukje de “snelweg” op, om bij Posada weer op de 125 verder te gaan. Bij Marina di Orisei staat de parking waar ook campers overnachten vol, alleen in de volle zon is nog plek. We rijden langs de strandweg tot we een plek vinden om te parkeren en gaan dan snel naar het strand. De zee is heerlijk verkoelend en de parasol komt met deze hete zon prima van pas.

Rond zes uur komen we via een omwegje weer terug bij de camper- P en zoeken een plek naast vijgenbomen die dan nog in de zon staat maar morgenochtend (als het goed is) schaduw heeft van de bomen. Het is nog bloedheet en koken in de camper is geen pretje. Het is nu half negen en dit verslag wordt getikt bij een gaslamp buiten, want de camper is te heet en buiten is het al donker en stroom is hier niet. Het is hier druk met vleermuizen in de lucht. Muggen ook trouwens…..

Zaterdag 30 augustus 2008, Jenny 98 / 1.531 km
Wij hebben wonderlijk goed geslapen op deze camperparkeerplaats. We waren bang dat de flink aangeschoten Duitse buurman nog wel voor enig overlast zou gaan zorgen, maar gelukkig hield die zich rustig. Sterker nog: hij huppelt vanmorgen al weer vrolijk rond terwijl wij aan het ontbijt zitten.
Om 10 uur vertrekken we en doen we in Orosei een paar boodschappen. We realiseren ons namelijk dat het zaterdag is en wellicht de supermarkten in de kleinere steden al vroeg dicht zijn. Dus hebben we vast brood gekocht. We rijden de SS125 naar Dorgali en onderweg zien we hele rijen met marmergroeves. Wanneer Jenny over een slagboompje wil stappen om een foto van in de groeve te maken wijst Nico haar op een verbodsbordje. Maar een aardige Italiaan ziet het en roept: “Si, si” en gebaart toch vooral foto’s te maken.
Wij willen graag de grot Ispinigoli bekijken, maar daar aangekomen zien we dat de rondleiding zo laat begint dat we dan veel te laat op een weekendcamping aankomen. We willen namelijk weg 125 blijven volgen naar Tortoli en dat betekent 5 passen rijden. Nou, die passen vallen uiteindelijk wel mee, maar het uitzicht was prachtig. Halverwege hebben we geluncht bij een temperatuur van 30 graden. Lekker fris dus…… 😉

Om 15.30 uur komen we bij een camping aan uit het boekje Acsi. Het is camping ………Bianco en de dame van de receptie vindt het jammer voor ons dat wij nog geen Acsikorting kunnen krijgen. Nu kost deze camping ons € 25,00 per nacht. Moet je in Nederland om komen in het hoogseizoen, dat lukt nooit. We zetten in de bloedhitte ons kampement op en maken ons weekendklaar. We doen een handwasje, zetten de luifel op en drinken een wit opzetwijntje. Dit is een lekker koud wijntje met weinig alcohol, zodat we straks nog wat andere dingen kunnen gaan doen.

Later op de middag – eigenlijk is het al avond- gaan wij naar het strand om heerlijk te zwemmen. Daar koelen we lekker van af. Nico maakt een pan Risotto klaar op een buitengaspitje, want binnen is het veel te heet om te koken. Het smaakt prima!
Net wanneer de tijd van luieren en lezen is aangebroken, komt er een grote Italiaans camper voor onze neus staan. Weg mooi uitzicht op de weilanden en weg rustig plekje, want die lui maken een flinke herrie. Nu maar hopen dat ze net zo rustig slapen als die dronken Duitser van afgelopen nacht.

Zondag 31 augustus 2008, Nico 30 km per fiets
Tegen half tien staan we op. Een kwartier later zitten we buiten onder de luifel aan het ontbijt. Het gisteren gekochte gesneden “bruinbrood” blijkt een soort cakebrood te zijn, maar is wel lekker. We maken er zelfs 2 lunchpakketjes mee klaar want vandaag gaan we fietsen, helemaal naar Arbatax.

19Om half twaalf stappen we in de grote hitte op de fiets. Een wandeltocht zit er vandaag bij deze temperatuur niet in. We hebben onze Garmin meegedeeld dat we vandaag een fiets zijn en geen auto. We prikken een straat aan de haven en volgen de door Garmin uitgestippelde route. Tòch maar een keer zoeken naar een fietsstuur- klem voor Garmin, want constant met zo’n ding in je hand fietsen geeft al snel een “lamme poot”. Is ook knap lastig wanneer je met één hand aan het stuur door een bult zand op de weg moet fietsen. Het is zo’n 8 kilometer fietsen naar de haven. Onderweg denken we het beter te weten en rijden dus vervolgens enige kilometers om. Uiteindelijk komen we bij de passagiershaven en een bord naar de “Rode Rotsen”, maar we komen terecht bij pas gebouwde tribunes en snappen het even niet meer. De Rode Rotsen hebben we dus niet gezien. We bezoeken wel een kerkje, waar het onverwacht ook bloedheet is: alle ramen staan open! We fietsen een stukje terug en komen bij een stadsplattegrond. Aan de hand van die kaart fietsen we weer een heel stuk naar een plek waar een andere haven moet zijn èn een park èn een kerk. We komen uit bij een strand in een villawijk, maar er is géén haven, geén kerk, alleen hete zon. Onder een boom verorberen we het lunchpakket.

Daarna fietsen we een stukje terug en komen bij een oud stadspark. Dat blijkt totaal verlaten, terwijl in alle prullenbakken wel vuilniszakken zitten. We fietsen het park rond en maken een sanitaire stop bij een vrij nieuw WC- gebouw dat totaal gesloopt is; alle wc-brillen gesloopt, ruiten kapot enzovoorts, maar wèl water op de toiletten en wastafels. Zoals Obelix zou zeggen: “rare jongens, die Sardenen”. Via een andere route fietsen we terug naar de camping. Het is tussen twaalf en drie of vier uur nagenoeg uitgestorven op dit eiland, maar dat is niet zo gek met deze hitte. Het lijkt nòg warmer dan vorig jaar! Na een beetje bijgekomen te zijn duiken we de zee weer in. De golven zijn nog hoger dan gisteren en de zon is nu wat minder heet door opgekomen sluiterbewolking. Het waait nu ook een beetje. Heerlijk afkoelen dus.

Teruggekomen bij de camper en na gedoucht te hebben willen we om zeven uur een hapje gaan eten in het campingrestaurant. Dat blijkt pas om acht uur open te gaan. We fietsen op zoek naar een alternatief nog een stukje verder langs de kust, maar het enige eettentje dat we vinden kan Nico ’s goedkeuring niet wegdragen. Wel zien we een camperplek vlak bij zee met hele mooie plaatsen, met vrij uitzicht op de zee. Iets voor een volgende keer? Na achten gaan we naar het campingrestaurant en behalve Antipasta vermeldt de kaart alleen pizza’s. Bij de bestelling tonen we onze campingpas.  Dit vereist enige uitleg: bij aankomst op deze camping krijg je (gevraagd of ongevraagd) een soort pinpasje, waarop alle uitgaven op de camping worden bijgeschreven: of het nu een fles bronwater in de campingwinkel is of een ijsje in de cafetaria of een volledige maaltijd in het restaurant: alles gaat op de kaart, die bij vertrek afgerekend moet worden. Voordat je ook maar één cent hebt uitgegeven staat er al een saldo van € 3,- op je kaart: administratiekosten, en die zijn NIET “terugbetaalbaar”. Leuk als je voor één nacht hier staat…. Maar uiteindelijk eten we best lekker. We bestellen zelfs een extra fles water, want wat we gisteren in een supermarkt kochten smaakt nergens naar; alsof ze vergeten zijn de aarde eruit te halen! We hebben gisteren voor het eerst de watertank bijgevuld. Het Zwolse water is op en we vertrouwen het leidingwater hier voor geen cent; we drinken dus alleen nog bronwater uit de fles en hebben gisteren duidelijk de verkeerde keuze gemaakt.

Het is een leuke dag geweest. We hebben alles bij elkaar zo’n 30 kilometer gefietst in de Sardeense hitte en vanaf de fiets bekijk je alles weer heel anders. Wat wel opvalt zijn de grote tegenstellingen die je hier tegenkomt; Op de camping staan op meerdere plaatsen rijen afvalbakken voor gescheiden inzameling; eten, plastic, paper en karton, blik enzovoorts. Langs de Sardeense wegen rijdend op de fiets of per auto zie je al die afvalsoorten ongesorteerd in de berm geflikkerd liggen. Kennelijk zijn autoruiten, met name die aan de rechterkant, hier uitsluitend en alleen bedoeld om je afval in de berm te kieperen. Als er één minpuntje over Sardinië is op te noemen, is het wel de rotzooi langs de weg.
Een tweede minpuntje is het rijgedrag van de locale inboorlingen, eigenlijk van de meeste auto’s met een “I” op het kenteken. Snelheidsbeperkingen zijn er kennelijk uitsluitend om overtreden te worden. Degene die in dit land het “ 50 – kilometerbord” heeft uitgevonden moet gestorven zijn in de absolute wetenschap dat zijn uitvinding niets maar dan ook helemaal niets heeft uitgehaald. Binnen de bebouwde kom is de gemiddelde remweg in vergelijking met die buiten de bebouwde kom hoogstens 20 meter korter; 280 meter in plaats van 300……. Bij het autorijden moet je bijna onafgebroken in je spiegel kijken om je niet kapot te schrikken wanneer iemand je ineens voorbij flitst. Wat je de weggebruikers hier wel moet nageven is dat vandaag op de fiets nagenoeg iedereen in een auto ons netjes en ruim passeerde en voor onoverzichtelijke bochten zelfs afremde alvorens ons te passeren. Met fietsers wordt hier kennelijk veel netter omgegaan dan met buitenlandse automobilisten. Tijdens onze dertig fietskilometers van vandaag hebben we maar twee ander fietsers gezien. Tot zover de Sardeense beschouwingen van deze zeer warme zondag.

Maandag 1 september 2008, Jenny 119 / 1.650 km
Wij staan om 8 uur op en de zon schijnt dan al voluit. Wij hadden eerst het plan om voor dag en dauw de luifel op te bergen, maar omdat wij deze vakantie totaal geen haast hebben, zagen we er van af. In de hitte dus dat ding afbreken en opvouwen. Ach, als je maar rustig blijft en de hitte negeert, dan gaat het wel. Het is ons in elk geval gelukt! Wij zijn om 10.00 uur klaar om te vertrekken en bij het afrekenen blijkt dat wij toch een of andere korting hebben gekregen. Wij betalen geen € 14,00 voor een nacht (de Asci-korting begint officieel vandaag pas), maar € 30,00 voor beide nachten. Niet gek, want de normale prijs voor deze periode is € 25,00 per nacht!
In Tortoli doen we boodschappen in een supermarkt die wij gisteren op de fiets al hadden ontdekt. Daarna rijden wij door naar de haven, om nogmaals de Rode Rotsen op te zoeken. We lopen deze keer achter de festivaltribune langs en ja hoor: dáár zijn de Rode Rotsen! Ze zien er inderdaad prachtig uit, precies zoals de boekjes het beschrijven.

Daarna zoeken we –met een beetje moeite- Weg 198, want we willen de grotten van Su Mamuri gaan bezoeken. Onderweg pinnen we in Lanusei en rijden dan tot Gairo, waar we Weg 11 naar Jerzu op gaan. De omgeving is mooi en afwisselend en hoe hoger we komen, hoe frisser het wordt. We zien ook een aantal verlaten dorpen, waarvan de huizen wel gesloopt zullen worden. Het lijken wel spookstadjes. Verderop zien we in frisse en heldere kleuren een nieuwe plaats verrijzen.
Net op tijd, namelijk 5 minuten voordat de rondleiding van 14.00 uur begint komen we op de parkeerplaats van de grotten aan. Tijd om te lunchen hebben wel niet, wel schieten we gauw een lange broek aan en nemen een jasje mee. In de grot is het namelijk 10 graden. Heerlijk dus!
De groep is groot, de uitleg in het Engels wordt net zo rap gesproken als in het Italiaans, zodat we geen verschil horen. Maar de grotten zijn mooi en heel groot. De grond is modderig en glad, Jenny loopt op gympen, maar Nico op zijn sandalen en af toe maken we een schuiver. De volgende keer dat wij een grot gaan bezoeken doen wij onze wandelschoenen aan. Het enige minpuntje is dat je er net zo uit gaat als je er in gekomen bent. Dat betekent: alle trappen weer omhoog. Eenmaal boven gekomen zijn wij dan ook kapot en gaan even op het terrasje zitten om een broodje en een ijsje te nuttigen.

Daarna rijden wij weer terug naar Weg 11 die uitkomt op Weg 125. Wij volgen die en af en toe is het een stukje snelweg. Sommige delen van die weg zijn al klaar, andere niet. Bij Villaputzu volgen we een bordje Camperservice, omdat wij vanmorgen vergeten zijn de Porta Potti te legen. Deze weg gaat naar Porta Corallo aan de zee en even later zien we een camperparkeerplaats, enkele meters van de zee verwijderd. Voor €13,00 mogen we hier een nacht staan, inclusief stroom. We weten niet precies hoe deze camperparkeerplaats heet, waarschijnlijk “Sosta camperparkeerplaats.” Hij staat niet in het lijstje van “Campercontact”. Even later liggen we al weer in de zee af te koelen. Het is al laat wanneer wij warm eten: aardappelen, schnitzel, witlof met ham en kaas en kersenyoghurt na. Het smaakt allemaal heerlijk, maar het was een crime om het in die hete bus klaar te maken. Aardappelen, groente, vlees, en jus en dat allemaal op 2 pitjes. In Scandinavië hebben de campings een keuken voor de kampeerders en daar is zo’n maaltijd een fluitje van een cent. Hier op Sardinië lijkt de tijd een beetje te hebben stilgestaan.

Dinsdag 2 september 2008, Nico 77 / 1.727 km
We zijn gisteravond laat naar bed gegaan; er was een heel klein zuchtje wind buiten, maar binnen was het erg warm. We zijn weer gaan slapen zonder dekbedden en deze keer zelfs met de ventilator aan, anders was het niet te harden.
Vanmorgen staan we rond negen uur op en om half tien zitten we buiten aan het ontbijt, in de schaduw van de camper, omdat het al weer heet begint te worden. Volgens ons was het hier vorig jaar in september lang niet zo heet als nu; dit doet meer aan Kroatië in hartje zomer denken. Rond elf uur verlaten we de camperparkeerplaats, na eerst afvalvloeistoffen geloosd te hebben. Een klein eindje verder in Muravera doen we boodschappen, wandelen een stukje in de hitte (voornamelijk in de schaduw!) en pakken een ijsje in een soort cafetaria, maar dan wel één met airco; heerlijk! Daarna rijden we weer verder, eerst over de “gewone” Weg 25. We willen naar (Acsi-korting-) Camping Le Dune, maar die blijkt veel zuidelijker te liggen dan we dachten. We rijden zelfs nog een stukje “snelle weg”, de “Nuevo 125”, die nog niet op onze kaart staat. Bij een “afslag op hoop van zegen” zien we een verwijsbord naar Camping Le Dune, waar we rond 13.10 uur aankomen. De poort zit hier echter van 13.00 tot 15.30 uur dicht voor auto’s, dus lopen we eerst maar eens een rondje over de camping. De meeste campers staan op een open veld en het is er redelijk druk. Na enige tijd besluiten we om toch maar een stukje terug te rijden en bij Camping “4 Mori” te gaan kijken. 4 Mori duidt op de 4 “koppen” of profielen die op de Sardeense vlag staan. We willen een stukje afsnijden en een onverharde weg langs de kust volgen, maar dat is niet zo’n slim besluit; een kurkdroge stofweg, soms heel smal maar overal vol met geulen en kuilen waar je amper meer dan 3 kilometer per uur kunt rijden, althans wanneer je levend deze weg wilt afmaken. Na een tijdje lukt het om te keren en gevoelsmatig “vliegen” we een tijdje later weer over normale asfaltwegen.

Even na half vier komen we aan bij Camping 4 Mori waar op zijn beurt de poort pas om 16.00 uur weer open gaat. We maken een wandeling over de camping en ontdekken een paar plekjes waar we prima kunnen staan. De plaatsen hier staan tussen de bomen en de meeste plaatsen hebben behoorlijk wat schaduw en dat is nu zeker geen overbodige luxe! De receptie is open en we worden in behoorlijk Engels te woord gestaan. Dit is een “Acsi- kortingcamping” in voor- en naseizoen (dat hier gisteren begonnen is). Voor één Euro meer vergeleken met de afgelopen nacht heb je hier aardig wat. We krijgen gelijk douchemunten mee, omdat douchen bij de Acsi-kaart is ingegrepen. Later blijkt dat je voor die munt wel erg kort kunt douchen; voordat je goed en wel door hebt dat je nat bent is het al weer afgelopen.
Dat is van latere zorg; eerst zetten eerst ons boeltje op en gaan eens kijken waar we de inmiddels gekochte wasmachinemunt van € 3,- in de gleuf moet stoppen. Daarna bezoeken we de kampwinkel die wonderbaarlijk goed is uitgerust. We kopen zelfs een gewone hamer om eventueel haringen in de harde Sardeense grond te kunnen meppen. Maar we hebben hier de luifel niet nodig; voorlopig redden we het prima met de grote schaduwbomen en onze parasol! Even voor zessen galopperen we weer de zee weer in; het strand ligt op een steenworp van onze kampeerplek en is best wel mooi. Een kleine drie kwartier later even koud afdouchen en de slippers afspoelen en voilà: we zitten weer lekker aan de koele witte wijn. Nico kookt deze dag en omdat het maar om één pan gaat en de ventilator ook prima op hoofdhoogte in de dakrand kan staan, heeft hij het beduidend makkelijker dan Jenny de dag ervoor met vier pannen.
Voor het eten douched Jenny (heel kort) en Nico doet dit net zo kort na de maaltijd. Wat later dan de gebruiksaanwijzing aangeeft is de was klaar. Echt lekker centrifugeren is er niet bij en alle schuim is ook nog niet weg, maar dit is wel de goedkoopste wasmunt sinds tijden.

Deze camping heeft een vrij groot gehalte jongeren als klant, afwachten wat dat vannacht wordt. Volgens de regels moet het russen 14.00 en 16.00 uur en tussen 24.00 en 7.00 uur stil zijn, maar of dat lukt? Schuin voor ons is vanmiddag na ons een groepje van 5 Belgische giechelende dames aangekomen. Hier blijkt trouwens ook dat je niet op kentekens af mag gaan; Recht voor ons kwam vanmiddag een Italiaanse Fiat met een jong stel aan. Later hoorden we het woord “restbagage” en dat komt in de Italiaanse woordenschat echt niet voor. Bleken dus Nederlanders in een huurauto te zijn. Links naast ons staan een jongen en meisje met tent en Italiaanse scooter, maar die spreken Duits. Aan onze rechterkant staat een Italiaanse huurcamper; daar blijken zowaar Italianen in te zitten! Maar al met al zijn we best wel tevreden dat we hier beland zijn. Hier zijn in ieder geval goede faciliteiten, het korte douchen niet meegerekend- en is er een plezierige hoeveelheid schaduw. Nu nog zien hoe rustig het vannacht wordt.

41Woensdag 3 september 2008, Jenny 9,4 km per fiets
Na een warme nacht en een beetje uitslapen zijn we dan toch om 10.00 uur weer in het land der levenden. De was is droog en ligt en de kast. Al snel is het weer warm en wij besluiten al gauw onze toevlucht in zee te zoeken. Heerlijk afkoelen en daarna weer in de schaduw bij de camper.
We hebben amper puf om wat te ondernemen, maar na een late lunch met soep en een broodje ei stappen we toch maar eens op de fiets. Hier vlak bij is een lagune waar volgens de informatie diverse watervogels, waaronder flamingo’s moeten zitten. Helaas blijkt de lagune voor een groot deel te zijn opgedroogd en zijn er slechts een paar kokmeeuwen te zien. Het doel van onze fietstocht in deze hete zon is de Torro Salinas, maar verder dan het strand lukt het ons niet om deze toren te bereiken. Geeft niet, het is toch veel te heet om die rots te beklimmen. We hebben ruim 9 km gefietst en vanwege de hitte heeft dat dubbele energie gekost.

Wanneer we terug komen gaan we meteen weer naar het strand. Eerst drinken we een cocktail op het terras van de Beach Bar. Wie had ooit gedacht dat wij nog eens zulke delicate dingen als “strandje” en “drankje” in onze vakantie zouden doen? Wij in elk geval niet. Maar hitte doet van alles met je, ervaren we.
Nadat de cocktail op is gaan we zwemmen, voor de tweede keer vandaag. Jenny heeft haar snorkelset mee en duikt onder water. Er zijn niet veel vissen te bewonderen in dit deel van de zee en de onderwatercamera wordt dan ook niet uit de tas gehaald.
Als wij voldoende zijn afgekoeld gaan we douchen en ons klaarmaken om in het restaurant te eten. Het is ons te heet om zelf te koken en we hebben in het restaurant gezien dat er meer op de menulijst staat dan pizza en pasta. We krijgen al snel ons bestelde eten voor onze neus (een gegrilde vleesschotel met frietjes en tomatensalade), maar daarna moeten we lang wachten op de koffie. Geeft niet, er is veel te zien. De twee obers lopen af en aan en je kunt duidelijk aan hun gedrag aflezen zijn ze wat paniekerig zijn vanwege de drukte.
Het eten smaakt heerlijk en het koste ons maar € 37,20 om samen deze heerlijke maaltijd te verorberen, inclusief water, wijn en coperto.

De rest van de avond brengen we door te midden van de geluiden van diverse buren. Met een boek, laptop, biertje en een goed glas wijn.

Donderdag 4 september 2008, Nico 103 / 1.830 km
We staan uiterst langzaam op rond kwart voor negen. Het is al weer bloedheet, dus we doen kalm aan. Jenny gaat door met wat ze de afgelopen nacht ook deed; zich te pletter hoesten. De keelpijn wil maar niet overgaan en samen met de rugpijn neemt dat toch wel wat van de vakantievreugde weg.
Nico rekent de camping af en Jenny doet ondertussen boodschappen in de campingwinkel, die best wel een ruim assortiment heeft. Bovendien weet je maar nooit of we vandaag nog een fatsoenlijke supermarkt tegenkomen, dus kopen we ook brood voor de lunch en een beetje reserve. Tegen elven verlaten we de camping en rijden verder zuidwaarts langs de kust.

Net op het uiterste puntje van de Costa Rey (of er net voorbij) stoppen we van half twaalf tot twee uur zo’n beetje aan de rand van het strand en lopen de laatste meters naar de waterlijn, voorzien van strandmatjes en een parasol. Heerlijk afkoelen in de zee, daar zijn we al weer hard aan toe. Toch heeft de parasol niet kunnen voorkomen dat Nico, die zich dom genoeg een keer niet ingesmeerd had, ’s avonds zo rood is als een kreeft; tikkeltje verbrand dus!

43

Na het prettige en verkoelende strandoponthoud rijden we verder langs de kust en nemen bij de hoofdstad van Sardinië, Cagliari, een verkeerde afslag en komen een beetje benoorden de stad uit. We stoppen daar om te tanken en doen gelijk maar boodschappen bij een supermarkt naast het tankstation. We zetten de coördinaten van een camperparkeerplaats in Cagliari in onze Garmin en worden vervolgens netjes dwars door een voorstad en de buitenwijken van Cagliari toegepraat naar de beoogde plek, waar we rond half zes aan aankomen . Die valt die wel erg tegen: de plaatsen zijn krap en van sommige bijna tegen elkaar staande campers kunnen we ons niet voorstellen dat er ooit iemand naar binnen kan; er zit nagenoeg geen ruimte tussen de campers om de deur open te doen. Na een paar uur is er alleen maar leven te bespeuren in de campers die aan het begin of einde van een rij staan. Het is stervensheet en heel benauwd. Er komt ook wat bewolking vandaag.

We proberen een wandeling naar het centrum te maken, maar daar is het veel te benauwd voor. Na een tijdje houden we het voor gezien en sjokken weer terug. Bij de basiliek vlak bij “onze” camperparkeerplaats wordt een gigantisch podium gebouwd, staan TV- vrachtwagens van de RAI opgesteld en zijn doorgaande wegen afgesloten. Spandoeken aan de basiliek en posters langs de weg maken duidelijk wat er te gebeuren staat; over drie dagen komt “Il Sancti Papa”, bij ons meer bekend onder de naam De Paus, naar Sardinië en dus ook naar Cagliari. Drie dagen van tevoren wordt daar dus al met man en macht aan gewerkt. Teruggekomen bij de camper steekt er gelukkig een windje op en wordt het allemaal weer wat dragelijker, Nico ’s in brand staande bovenlijf uiteraard niet meegerekend. We staan naast een (kunstgras-) voetbalcomplex met van die heerlijk witte turbolampen die niet alleen de velden maar ook de verre omgeving in een fel wit licht zetten. De trainende elftallen doen allemaal datgene wat kennelijk een eerstel levensbehoefte is voor alle Italianen: heel hard schreeuwen. Normale conversatie kan kennelijk niet. Maar ze zullen wel een keer naar huis gaan.

De Camper-P is voorzien van oranje terreinlampen. Straks gaat de boel op slot en komt er een nachtwaker die –voor zover we begrepen hebben – ook rondes gaat lopen. We zullen wel zien. Maar al met al is het niet zo’n denderende plek. Op de “camper-plekken- website” stonden bij deze plek nog geen beoordelingen, maar aan dat gebrek zullen we binnenkort een einde maken. Een aanrader is dit beslist niet, wat ons betreft. Wij komen er zeker niet meer terug.

Vrijdag 5 september 2008, Jenny 112 / 1.942 km
De afgelopen nacht is een ware ramp. Het is bloedheet en aangezien de Italianen zelfs na twaalf uur nog steeds aan het voetballen zijn, kun je niet bepaald van rustig spreken. Wij voelen ons –ondanks de bewaking op dit terrein – niet veilig genoeg om de boel wagenwijd open te laten. We slapen dus met gesloten deuren en hebben slechts het keukenraam open en de achterklep op een kier. De ventilator maakt overuren, maar kan het niet koeler krijgen! Er wordt dus weinig geslapen en dat merken we de rest van de dag. Wanneer we opstaan staat de zon aan de verkeerde kant, -de schuifdeurkant- te schijnen. Wij draaien de camper om, om in de schaduw van ons eigen hefdak te kunnen ontbijten. Het is dan al weer 32 graden! 
We verlaten deze smerige, hete, slechte, krappe, schaduwloze camperparkeerplaats en bij het afrekenen schrikken we ons kapot! We betalen niet €10,00 zoals het Campercontact aangeeft, maar het schandalige bedrag van €20,00! Nico is te perplex om te reageren, hier komen wij nooit meer! Het zal wel met de komst van de Paus te maken hebben, maar daar hebben wij Protestanten geen boodschap aan.

Daarna zetten wij Garmin aan om ons naar een winkelcentrum te brengen met heerlijke airco. Of zij nu van die opdracht in de war raakt weten we niet, maar zij brengt ons niet waar wij willen zijn. Gelukkig heeft Nico goed opgelet en brengt hij ons bij een Ipersupermarket met 20 kassa’s. Het eerste wat wij aanschaffen is een nieuwe ventilator, want het kleine torentje kan deze hitte niet aan. Bovendien wil hij niet meer heen en weer draaien en maakt hij op standje drie een ongelooflijk lawaai. De winkelbediende die ons de werking demonstreert bevestigt dat het deze week een zeer hete week is, maar vertelt ons ook dat je hier niet in de zomer moet zijn. Dat vermoedden wij al……. We doen veel van onze weekendboodschappen in deze supermarkt en daar zijn wij wel een tijdje zoet mee.

We besluiten vanwege de hitte niet meer de stad in te gaan, maar de weg naar Pula op te zoeken. In Pula weten we een Acsi-camping, die we voor het weekend in gedachten hebben. Maar Garmin weet het nog zo net niet en brengt ons noordelijk van de stad in plaats van westelijk. Nico probeert op de aanwijzingen van Jenny te rijden, maar kijkt met een scheef oog ook naar Garmin…….. Tja, meerdere vrouwen er op na houden wordt al snel afgestraft. Maar door al dat dwalen komen we ineens bij de zoutlagunen met flamingo’s, de Stagno di Cagliari. We zien honderden van die beesten die in het ondiepe zoute water sierlijk rondstappen. Wanneer we even later onze huid proeven, merken we dat het zout een hoge concentratie heeft. Misschien is dat de reden dat de handdoeken gisteravond en vannacht natter werden, in plaats van droger.

Uiteindelijk vinden we zelf de weg naar Pula, gelukkig kunnen wij nog wel kaartlezen. In Pula doen we nog een poging een internetcafé te zoeken, maar het bord dat op de snelweg er naar verwees wordt niet meer herhaald. De camping hebben we zó gevonden, maar hij valt een beetje tegen. Het strand is niet zo mooi als we tot nu toe gewend zijn en het sanitair is duidelijk verouderd. Omdat we nog bijna een uur moeten wachten tot de receptie om 17.00 uur open gaat, rijden we wat in de omgeving rond. Nergens zien wij een betere camping en we besluiten om op deze camping niet het hele weekend te blijven staan.
We zetten de satellietschotel op en warempel: voor het eerst in deze vakantie hebben we beeld. Een belletje met Paul geeft ons inzicht in de temperaturen van deze streek: waar wij nu zijn blijft het heet (33 graden) en waar wij komende week naar toe gaan (langs de westkust naar het noorden) is het 26 graden, een stuk koeler dus. Wij gaan onze plannen wat aanpassen.

Zaterdag 6 september 2008, Nico 12 km per fiets
Gisteravond hebben we ervoor gekozen om vanmorgen niet verder te reizen maar er nog en dag (en een nacht) aan vast te knopen; de lagere temperaturen aan de westkust zijn wel verleidelijk, maar na zo’n doorwaakte nacht bij de Parkeermaffia in Cagliari lijkt het ook wel slim om even een dagje kalm aan te doen.
En dat doen we; we staan gewoon met wekkerhorloge om negen uur op. Nico haalt de bestelde broodjes en bestelt gelijk een paar meer voor morgen. Aan de “receptie-oma” wordt meegedeeld dat we nòg een nachtje blijven en we krijgen netjes twee verse douchemunten mee. Bij de “bar” wordt een wasmachinemunt gekocht. € 4,- valt best wel mee. Na het ontbijt draaien we een was en wanneer die aan de lijn hangt klimmen we in de middaghitte op de fiets. We hebben gistermiddag bij het ritje op zoek naar een andere camping een supermarkt(je) gezien langs de doorgaande weg naar Chia. Pas na zes kilometer komen we nèt voor de siëstasluiting om 13.00 uur bij de winkel aan en doen wat boodschappen.
Omwille van de tijd hebben we de heenweg over de doorgaande weg genomen, wat niet ècht lekker fietst met die langs- zoevende auto’s.

Terug naar de camping slaan we bijna direct rechtsaf op een weg naar “Al Mare”, de zee, over een weg die we gisteren in de auto in tegengestelde richting reden. Het is een mooie rustige weg langs de zee, alleen de rotzooi op parkeerplaatsen tart elke beschrijving; dat moet je zien om te geloven. Terug op de camping lunchen we even en gaan voorzien van strandmatten en parasol naar de zee. Nadat we afgekoeld en weer opgedroogd zijn lijken kitesurfers de zee over te nemen. Zeven stuks tegelijk. Terug bij de camper lezen we wat en gaan rond half zeven zowaar weer de zee in om af te koelen.

Het is veel te warm om te koken, dus gaan we na achten naar de “Tavola Calda”, een soort campingsnackbar en bestellen twee maal friet met hamburger en een salade. Dat we meer dan een half uur moeten wachten nemen we maar voor lief. We besluiten morgen op tijd op te staan om bij het opbreken de hitte voor te zijn. Het plan is om nog even bij Chia te kijken of het strand daar inderdaad zo wit is als in de brochures staat en daarna richting westkust af te reizen. Vanmiddag gaf de buitenthermometer 41,5 graden aan en dat mag wat ons betreft inmiddels wel een onsje minder……
Overigens betekent “Calda” hier “warm” of “heet”. Even wennen!
Zondag 7 september 2008, Jenny 241 / 2.183 km
Vannacht hebben we wat onweer gehad, geen regen, wel veel wind. We staan inderdaad vroeg op deze zondag op en dat is eigenlijk een beetje tegen ons principe. Wat ons betreft is de zondag een rustdag, maar met zulke hoge temperaturen moet je je wel heel erg rustig houden, wil het een beetje te doen zijn. En dat is toch eigenlijk ook geen zondag. Wij besluiten dus om alvast naar de westkust te rijden omdat de temperatuur daar een stuk lager en aangenamer is. Om 9.00 uur vertrekken we van deze camping en dan is het al weer 27,5 graden. Wij rijden langs de kust en bezoeken de “Torre Chia”, een toren zoals zo vele langs de kust. Maar deze is voor toeristen geopend. Vanaf de toren zien we een mooi strandje om te snorkelen en wij besluiten daar naar toe te gaan. Voor € 3,00 kunnen we vlak bij het strand parkeren, omdat het nog zo vroeg is.
Het snorkelen valt wat tegen, want het water is niet zo heel helder en de flippers bevallen Nico niet echt. Jammer, want dit schijnt het mooiste strand van Sardinië te zijn.

Om 12.00 uur vervolgen wij deze mooie kustroute langs de S 195 richting Carbonia, daarna nemen we de S 126 noordwaarts. Ineens zien we het schiereiland liggen met de stad S. Antioco en we besluiten om op de verbindingsweg er naar toe onze lunch op te eten. We merken dat de temperatuur gaat zakken, naarmate wij dichter bij de westkust komen. Tijdens de lunch is het “slechts” 30 graden. Daarna terug naar Weg 126, waar we in Carbona een giga-wasplaats voor Duva Kampa vinden. Hij is zo vies van het stof en zand, dat hij wel een schoonmaakbeurt kan gebruiken. Het is wel een rare zondagbesteding, maar het geeft ons een heerlijk gevoel om al het vuil en zand van en uit Duva Kampa te verwijderen. Het kost ons slechts een ‘kaart’ van € 5,00 en daarvoor hebben we zowel de binnen- als de buitenkant en de fietsen helemaal schoon. Sterker nog: we houden nog een euro over op onze kaart. Handig systeem is dit wasgebeuren.
We vervolgen de S126 verder noordwaarts en moeten enkele passen nemen. De Genna Bogai is 549 meter, maar niet moeilijk om te rijden als je zoals wij Noorwegen gewend bent.
Onderweg bekijken de “Tempio di Antas” een Romeinse tempel uit de derde eeuw na Christus. Heel mooi en indrukwekend allemaal en wij zouden zoiets nooit hebben kunnen bekijken, als de temperatuur niet wat menselijker was geworden dankzij onze verplaatsing naar het westen. Wanneer we terugrijden wordt de weg geblokkeerd door een kudde “wilde” paarden. Zoiets zie je in Noorwegen en Zweden ook, maar dan zijn het schapen of rendieren.

Het valt ons op dat de omgeving aan de westkant van Sardinië veel groener is, iets wat ons vorig jaar niet is opgevallen, omdat we toen maar weinig van het land hebben kunnen zien. We wijken even van de S 126 af om twee camperparkeerplaatsen bij Buggerru te bekijken, maar beide beantwoorden niet aan onze verwachting. Het strand is inderdaad prachtig en dichtbij, evenals het dorp met restaurants, maar de camper-plaatsen staan allemaal in de volle zon. Dat laatste is iets dat we echt niet meer willen. Daarom rijden we door naar Camping S’ Ena Arrubia bij Arborea Lido, die wij dankzij een folder die we op de vorige camping kregen zó kunnen vinden. Wij komen daar om 19.30 uur aan en het is dan heerlijk 26 graden. Daarmee is het zo’n 10 graden koeler dan de plek waar wij vanmorgen vandaar kwamen. Deze plaats kost € 7,50 pp en de kampeerplek is gratis, alsook het douchen. Stroom kost € 3,-. We zetten ons kampement op (is zó gepiept) en drinken een glaasje witte wijn, terwijl Jenny met Mark telefoneert. Daarna gaan we een hapje eten: pizza en salade. We laten het ons goed smaken en genieten nog lang na van de heerlijke buitentemperatuur.

Maandag 8 september 2008, Nico 180 / 2.363 km
Wanneer we rond negen uur opstaan is het nog heerlijk koel in de schaduw tussen de bomen. Na het ontbijt gaat Nico inpakken en fietst Jenny naar een plek vlakbij de camping om een heleboel flamingo’s te bekijken, te fotograferen en te filmen.
Om kwart over elf verlaten we deze camping die ons € 18 kost. We rijden een paar kilometer terug naar Arborea, omdat we daar gisteren een apotheek hebben gezien. Het wordt hoog tijd om iets aan Jenny ’s hoest en keel te gaan doen. Nico blaft inmiddels ook al een aardig mondje mee. Wat het meest nodig is, n.l. codeïne om ’s nachts de hoest te onderdrukken, is volgens de apotheker alleen op doktersrecept te krijgen. Zaten we nou maar in Frankrijk; daar kun je alles zó kopen. Er is wel een dokter in dit dorp, maar dat gaat Jenny en beetje te ver. We kopen wel een hoestdrank en Fluimicil- tabletten. Maar eens kijken of dat een beetje verlichting geeft. Vervolgens rijden we door naar Oristano, een redelijk grote kustplaats, om daar in een grote supermarkt boodschappen te doen. Vandaag blijkt ook onze Porta Potti ouderdomsklachten te hebben; na ruim 16 jaar trouwe dienst heeft de doorspoel-pompknop het begeven. Bij het doorspoelen komt er even veel water uit de knop als in de pot, dus dat spoelt niet echt lekker. Dan maar een ouderwetse waterfles ernaast tijdens de laatste vakantiedagen.

We lunchen daarna op een klein schiereilandje ten zuidoosten van Oristano. Het is dan al weer te heet om een archeologische vindplaats te bezoeken, dus rijden we langs de westkust verder naar het noorden. Via Bosa Marina rijden we langs de kust over een hele mooie weg naar Alghero, waar we vorig jaar drie nachten op de camping hebben gestaan. Garmin staat uit en dat blijkt niet zo slim, want aangekomen in Alghero rijdt Nico doodleuk de verkeerde kant op en passeert een soort “alleen toegankelijk voor bewoners- bord” en rijdt pontificaal de oude stad in. Een wirwar van ongelofelijk smalle straatjes, waar we vorig jaar liepen en ons toen afvroegen hoe je als bewoner hier ooit met je kleine autootje kon rijden. En nu rijden wij er nota bene met een VW-bus! Soms moet de spiegel ingeklapt worden om ergens door te kunnen. Na veel eenrichting-steegjes komen we aan de havenkant op een bredere weg terecht. Iets verderop staat een “scooter- agent” en voordat die zijn bonnenboekje kan pakken stapt Nico met een ietwat medelijdenopwekkend smoelwerk (“Ik ben hélemaal fout gereden en hélemaal verdwaald…”) op de agent af, die vervolgens netjes de weg naar de “uitgang” wijst. Buiten het “verboden gebied” toch maar eens Garmin aangezet, die ons in de kortste keren naar de camping leidt.
Tegen zes uur komen we aan bij Camping Mariposa, die echter behoorlijk vol blijkt. We kunnen eigenlijk maar één heel klein plekje onder en tussen de bomen vinden, maar daar ligt zó veel zand dat de bus er nauwelijks ingereden kan worden en de voorwielen bijna vast komen te zitten. Jammer, maar helaas: we leveren de hele papierwinkel maar weer in en komen morgenochtend wel weer kijken of er dan wellicht een plekje is. We willen doorrijden naar een camping in Fertilia, iets verder langs de kust en een paar kilometer boven Alghero, maar weten niet direct de camping te vinden. We rijden nog een beetje verder en komen uiteindelijk terecht op een camperparkeerplaats genaamd “Area Paradise Park”, waar je voor € 18,- all-in 24 uur kunt staan. Er zijn zelfs WC ’s en douches (à € 0,50) en plekken voor was en afwas. Om half zeven zetten we ons boeltje op voor één nacht en binnen de kortste keren hebben we zelfs satelliet- ontvangst. Het is hier lekker fris en nu, rond kwart over negen, zet er zelfs een behoorlijk windje op. Dat is heel wat anders dan ’s avonds wegsmelten in de hitte. Wanneer het morgenochtend niet lukt om een campingplekje in Alghero te vinden gaan we eerst daar de stad in en daarna naar een andere camping in de buurt voor onze laatste campernacht in Sardinië dit jaar.

74Dinsdag 9 september 2008, Jenny 8 / 2.371 km.
Na een hoesterige nacht (de gekochte middelen helpen nog niet echt) staan we rond 9.00 uur op. Het is dan gelukkig nog niet heet, maar wijs geworden, zorgen we er toch wel voor om in de schaduw te ontbijten. Er staat een heerlijk zacht briesje. Tegen half 11 verlaten we deze prima camperparkeerplaats en gaan weer richting Alghero. Onderweg proberen we nog een supermarkt te vinden, maar dat lukt niet. We rijden deze dag welgeteld 8 km.
Op camping La Mariposa zijn nog enkele plaatsen vrij en terwijl Nico ons laat inschrijven houdt Jenny de door ons verkozen plaats vrij. Even later – om 11.00 uur- staan we al weer in de kampeerstand, vlakbij het strand. Terwijl Nico wacht op het aansluiten van de stroom, gaat Jenny alvast zwemmen. Dit is de eerste camping in deze vakantie waar toiletpapier in de WC’s hangt. Op het pleintje bij het restaurant is nu ook WIFI beschikbaar.
’s Middags fietsen we naar Alghero om wat te shoppen. Jenny koopt een paar mooie koraal-sieraden, waar Alghero bekend om is.
Daarna nog wat boodschappen gehaald in de supermarkt en weer terug naar de camping. We zwemmen twee keer in de zee en gaan daarna douchen. Wanneer ik dit tik zijn we van plan om in hetzelfde restaurant te gaan eten als vorig jaar.

Woensdag 10 september 2008, Nico en Jenny 64 / 2.435 km
N: Gisteravond hebben we gegeten in het zelfde restaurant als vorig jaar, het Lido. Restaurant idem, zelfs de ober-met-paardestaart, alleen de kaart is behoorlijk gekrompen; alleen pizza ‘s. Op verzoek werd voor Jenny “fish of the day, whitefish” bereid. Nico neemt een pizza die hij deze vakantie nog niet eerder had besteld. Naast de salade en de fles water dit keer een fles Alghero Rosé, met bijbehorende tafelrandkoeler. Als dessert gaan we in op een advies dat ik niet kan navertellen, maar dat wel een specialiteit van de streek was. Erg lekker! Daarna terug bij de camper nog een filmpje op de laptop bekeken en enige tijd na middernacht op stok.

Deze morgen staan we rond half negen op. Het is al weer behoorlijk warm en Jenny gaat als eerste vandaag op dit strand gelijk de zee in om af te koelen. Tegen elven verlaten we Camping La Mariposa, gaan tanken en boodschappen doen in een heerlijk koele Ipermarcata. Na alles in de bloedhete bus te hebben weggewerkt – knap hoe Jenny elke keer al die koelings- behoeftige spullen in het camperkoelkastje weet te verstouwen- rijden we langs de kust naar de baai bij Porto Ferro, waar we vorig jaar ook de laatste middag op Sardinië doorbrachten. Dat beviel zo goed dat we het nu weer doen. We beschermen ons tegen de zon met een parasol en de afdekhoes van het bed tussen de bus en de parasol. Jenny gaat even voorzwemmen en daarna lunchen we. Na de lunch wordt er gesnorkeld; niet op de rotsplek van vorig jaar, want die is wat moeilijk begaanbaar voor ongeoefende waterratten, maar ietsjes verder gaan we bij het mooie zandstrand te water en van daaruit langs de rotsen. Onder water ziet de wereld er ineens heel anders uit. Wanneer we uit het water komen zit de zon inmiddels achter de wolken en dat vinden we niet zo erg, want het is al weer behoorlijk heet geworden.
De coördinaten van dit mooie en aanbevelenswaardige plekje bij Porto Ferro zijn: N 40.679895 / E 8.20299.
Nu rond de klok van vijven komt er een lekker briesje opzetten, dus het “zonnescherm” kan weer als beddensprei dienst gaan doen. Na het eten gaan we naar de boot.

J: Om 19.15 uur komen we aan in de haven van Porto Torres, waar de Moby Drea al ligt te wachten. Sterker nog: er wordt al aan boord gereden! Wij moeten ons met ons campertje groeperen bij de grote campers, maar we kunnen amper een kopje koffie drinken of wij mogen aan boord. Om ongeveer 20.00 uur ontvangen wij de sleutel van onze tweepersoons hut en meteen schrikken wij ons te pletter: samen met de ruimte hebben ze ook de sterren van deze piepkleine hut afgehaald. Je kunt je kont amper keren en Jenny krijgt spontaan een aanval van claustrofobie. Zij had namelijk gehoopt vannacht eens rechtop te kunnen slapen vanwege het nachtelijke hoesten, maar het bovenbed zit vlak boven het onderbed en dat maakt zitten onmogelijk. Bovendien is het snikheet en gehorig, ook dat is niet bevorderlijk voor een gezonde nachtrust. Daarom gaan wij vragen om een grotere hut, dat kan zodra de boot is afgevaren. Het blijkt bij de Informatie geen enkel probleem te zijn om een andere/ruimere hut te krijgen. We krijgen een andere sleutel mee en zoeken de hut op. Wanneer wij de deur open doen, wacht ons een grote verrassing! Het is een 4-persoons hut, met een stapelbed en een tweepersoons bed. Verder staat en er een koelkastje een gewone stoel en een TV en is de badkamer beduidend ruimer. In de kamer zelf kun je dansen, zó groot is ‘tie (of paaldansen, want midden in de kamer staat een grote paal). Er zijn twee nadelen: de hut is vóór in het schip en het slingert nogal èn het is een binnenhut. Jenny ’s claustrofobie is nog niet helemaal van de baan, maar na een inspectie van de vluchtwegen besluiten we dat deze grote hut een stuk beter is en dat wij er zeker op vooruit gaan. De airco en afzuiginstallatie in deze hut werken tenminste. En waar we helemaal vrolijk van worden is dat wij niets hoeven bij te betalen! Welterusten!

Donderdag 11 september 2008, Nico 581 / 3.016 km
Het blijkt de afgelopen nacht erg rustig te zijn geweest op zee, want wij hebben niets meer van het slingeren gemerkt.
We worden om zeven uur gewekt, dit keer niet door de in drie talen blèrende Italiaanse dame, maar door onze “reservewekker”. Heel vreemd; volgens de dienstregeling leggen we om 8 uur aan en dat betekent dat volgens een vast schema het geschreeuw door de intercom dan om half zeven al begint. Desondanks zitten we gewassen en aangekleed binnen een half uur in het zelfbedieningsrestaurant aan het ontbijt. De kassameneer vertelt desgevraagd dat we om ca. half negen aanleggen en wanneer we onze eerste hap brood nemen begint het (op-)wekkingsgeblèr door de intercom. In drie talen worden we tevens verzocht om nù al onze hut te ontruimen. Sorry, luitjes; éérst even ontbijten! Na ontbijt en een laatste bezoek aan onze (binnen!-) hut staan we enige tijd later in een fris zeewindje bepakt en be(rug-)zakt een tijdje aan dek tot we de haven binnenvaren. We geven dan netjes gehoor aan de oproep om naar het autodek te gaan, waar we ineens bijna vooraan blijken te staan; de oprijklep van het hoge autodek die gisteravond nog omlaag stond staat nu gelukkig omhoog, waardoor wij als één van de eersten even na negenen van boord rijden en meteen Genova zo snel mogelijk proberen te verlaten. In en rond Genova is het als vanouds weer een krankzinnige drukte op de weg. Slecht voor je humeur, evenmin goed voor je spijsvertering! We dragen een paar keer ons steentje bij aan het Italiaanse tolwegen- systeem en maken voorbij Milaan een korte plasstop.

Bij Como rijden we een afrit terug en slagen er nu bij de derde poging in om het grote “Centro Commercial” te vinden; gewoon één kruispuntje verder rijden dan de medium-supermarkt waar we nu al twee keer beland zijn. Deze keer vinden we dus “de echte”. Rustig shoppen en na afloop in een winkelcentrum- cafeetje een Espresso met koek wegwerken. Bij de camper teruggekomen bedenkt Jenny bij het opbergen van de boodschappen dat we iets te veel brood hebben ingeslagen: voor het geval dat we vanmorgen op de boot geen ontbijt konden of wilden kopen hadden we voor ieder van ons gisteren in Alghero al kant-en-klare sandwiches gekocht. Die eten we dus nu ter plekke maar op.

Na deze shop- en korte lunchpauze vervolgen we de snelweg weer en passeren even later iets boven Como de Italiaans – Zwitserse grens om half twee. Van half drie tot kwart voor vier uur stoppen we net voor de Gothardtunnel, eten een broodje en gaan een dik uur siësta houden. Het is inmiddels wat frisser geworden en het begint zelfs wat te regenen! Eerst denken we dat er een file voor de tunnel staat en crost Nico dus gelijk de weg naar de pas op, maar na overleg en terugkeer van Nico’s gezonde verstand komt hij toch tot de conclusie dat de pas met dit regenweer èn alle toppen in de wolken naar alle waarschijnlijkheid tòch niet zo prettig rijden is als twee weken geleden op de heenweg. We gaan dus terug naar de snelweg, waar gelukkig blijkt dat er helemaal geen file is maar gewoon sprake van toeritdosering met verkeerslichten. We duiken de tunnel in en komen er na 17 kilometer weer uit. De Noorse tunnels bevallen ons tòch beter! Het houdt al snel weer op met regenen en de zon komt zelfs terug.


Na een stop bij een Raststätte bij Luzern passeren we rond zes uur de grens met Duitsland. We geven Garmin het adres in van een camper- parkeerplek in Freiburg, maar die valt uiteindelijk behoorlijk tegen: Een afgesloten terrein bij een tankstation.
Tarief € 10,- of gratis wanneer je tankt, maar ondanks dat we best wel moeten tanken vinden we de plek niet echt mooi. Dan maar door naar een plek 7 kilometer verder bij een camperbedrijf, maar daar zijn we net te laat en kunnen er niet meer in. Geeft ook niet, want ook deze plek kan niet echt bekoren. We rijden in arren moede maar terug naar plek 1 en besluiten onderweg om dan maar verwijsborden naar een camping te gaan volgen. Al doende ontdekken we verwijsborden naar een Camper- P die ons uiteindelijk leiden naar een parkachtige plek waar je voor € 7,- kunt staan. Geen WC en de stroom laten we maar zitten; dat is gehannes met noteren van begin- en eindstand en daar hebben we geen zin in. Maar verder lijkt het een prima plek. Zien we morgen wel, want bij aankomst was het al half negen geweest en dus donker. We eten laat, maar lekker: Tagliatelle met zalm en eigen toevoegsels: heerlijk!
Voor wie deze plek ook eens wil bekijken: Navigatie instellen op: N 47.99929, E 7.82581.
Vrijdag 12 september 2008, Jenny 656 / 3672 km

82Het miezert en het is 17 graden, wanneer wij vanmorgen opstaan, ontbijten en inpakken. Om 9.45 uur zijn wij klaar om te vertrekken van deze prima camperparkeerplaats. Het enige nadeel is dat hier geen toilet is. Vanwege de temperatuur trekken we meteen de lange broek aan; dit is voor het eerst in twee weken. Onderweg worden we van de weg af getoeterd en blijkt dat een van onze fietsen niet goed vast lijkt te staan.
Daarna volgt een tankstop, een chauffeurswissel en veel plasstoppen. Wat de plasstops betreft: wij sparen driftig de “Sanifair” kaartjes om bij de laatste stop alles in een keer in te wisselen. Het Sanifairsysteem werkt als volgt: bij een Sanifairtoilet kom je slechts binnen door voor 50 cent een kaartje te trekken. Dit kaartje kun je weer bij de kassa inleveren als korting op een product. Je kunt ook alle kaartjes opsparen en ergens anders in één keer inleveren om korting te krijgen. Saniflair heeft overigens prima en zeer schone toiletten, alles gaat er volautomatisch.

Het is slecht weer en druk op de weg, we doen lang over de laatste 650 km. Vanaf Keulen- Oost tot Oberhausen rijden we in een langzaam rijdende file.
Van 18.00 uur tot 19.00 uur shoppen we in een groot winkelcentrum “Mercator” bij Duisburg. Je hebt daar een Toys’arus, Roller, Real en nog veel meer winkels. Voor Nico kopen we een nieuw kruisje voor aan zijn halsketting, de vorige ligt ergens langs de weg bij Trysil, in Noorwegen. Jenny vindt een nieuwe snorkelpijp, de oude was op een belangrijk punt afgebroken. Voorbij Oberhausen is de file eindelijk opgelost. Daarna is het lekker opschieten

Even later verorberen we een heerlijke maaltijd bij de Raststätte Hünxe. Net na acht uur rijden wij weer verder, om 20.30 uur bij de grens met Nederland en om 21.30 uur rijden wij onze eigen straat weer in.
Nu zijn wij aan het nagenieten van een heel mooie vakantie.

Kijk voor alle foto’s HIER.